Vlottende activa
Voorraden
Overzicht voorraden
De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën:
bedragen x € 1.000 | tableCell16 | tableCell21 | ||||
31-12-2022 | 31-12-2023 | |||||
Grond- en hulpstoffen | 14 | 14 | ||||
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie | 41.376 | 41.213 | ||||
- bouwgronden in exploitatie | 44.842 | 46.045 | ||||
- voorziening verliesgevende exploitatie | -4.974 | -6.276 | ||||
- overig | 1.508 | 1.444 | ||||
Gereed product en handelsgoederen | 2.339 | 1.345 | ||||
Voorraden | B31 | 43.729 | 42.572 |
---|
Toelichting onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
De balanspost ‘Onderhanden werk’ heeft per ultimo 2023 een saldo van € 41,2 miljoen. Binnen deze post zijn onder andere begrepen de in exploitatie genomen gronden. De boekwaarde hiervan bedroeg ultimo 2022 € 44,8 miljoen. Deze balanspost betreft de grondexploitaties waarbij de gemeente de in bezit zijnde grond en (eventueel) aanwezige opstallen omvormt naar bouwrijpe grond, met als oogmerk (opnieuw) te worden bebouwd. Ultimo 2023 was de boekwaarde van deze grondexploitaties € 46,0 miljoen (dit vóór aftrek van voorziening verliesgevende planexploitaties) en is met € 1,2 miljoen toegenomen. Dit is onder andere veroorzaakt doordat er voor projecten kosten zijn gemaakt (grondaankoop, kosten voorbereiding en bouw- en woonrijp maken van de grond) welke pas in latere jaren goedgemaakt gaan worden door het realiseren van opbrengsten door verkoop van deze bouw- en woonrijp gemaakte kavels en overige grondverkopen.
Ook dit jaar zijn de prospecties van de grondexploitaties herijkt. De verwachte eindwaarde van de bouwgronden in exploitatie bedraagt circa € 24,0 miljoen en de verwachte netto contante waarde circa € 21,5 miljoen. In de prospecties (toekomstige opbrengsten) zijn een aantal verliesgevende exploitaties naar voren gekomen. Hiervoor is een voorziening gevormd. De voorziening verliesgevende grondexploitaties (stand per 31-12-2023 € 6,3 miljoen) wordt in mindering gebracht op de boekwaarde. De voorziening is contant gemaakt met de wettelijk voorgeschreven disconteringsvoet van 2%. De voorziening zal in de komende jaren jaarlijks minimaal met de rentecomponent verhoogd worden om aan het einde van de looptijd het verwachte verlies te kunnen afdekken.
Bedragen * € 1.000
Verloop- | 1-1-2023 | Vermeer- | Vermind- | 31-12-2023 | Geraamde | Geraamde | Verwacht | NCW |
---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bouwgronden in exploitatie | 44.842 | 18.909 | 17.756 | 45.995 | 136.076 | 206.071 | -24.000 | -21.487 |
De resultaten die uiteindelijk werkelijk worden behaald, worden beïnvloed door vele factoren, waaronder conjunctuur, marktontwikkelingen en overheidsbeleid. Om eventuele risico’s in dit kader te kunnen opvangen is bij de herijking een berekening gemaakt van de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij zijn de specifieke projectrisico’s en marktrisico’s benoemd en gekwantificeerd. Bij de marktrisico’s is daarbij rekening gehouden met mogelijke rentestijging, opbrengstdaling en vertraging. Het totale weerstandsvermogen (zie paragraaf weerstandsvermogen) van de gemeente is voldoende om de ingeschatte risico's van €17,9 miljoen op te kunnen vangen (zie paragraaf grondbeleid voor meer toelichting en de ingerekende scenario's in het weerstandsvermogen).
Tussentijds winstnemen
De totale tussentijdse winstneming uit lopende grondexploitaties bedraagt € 5,3 miljoen. Bij de berekening hiervan hebben we, evenals bij de berekening van de tussentijdse winst bij eerdere jaarrekeningen, de projectrisico’s buiten beschouwing gelaten.
Toelichting gereed product en handelsgoederen
Onder gereed product zijn panden opgenomen die voor verkoop bestemd zijn. De boekwaarde van deze panden is conform voorschrift BBV bij de bestemming tot verkoop overgegaan van materieel vast actief naar voorraden.
Ultimo 2022 bedroeg de balanspositie € 2,3 miljoen. Ultimo 2023 was dat € 1,3 miljoen. De mutaties in het jaar 2023 waren:
- Er zijn diverse panden verplaatst van handelsvoorraden naar MVA omdat ze van de verkooplijst zijn afgehaald. Hierdoor is de balanswaarde handelsvoorraden gedaald met € 0,8 miljoen.
- Er is 1 pand verkocht (Vlokhovenseweg 41a). Hierdoor is de balanswaarde handelsvoorraden gedaald met € 86.000.
- Op de panden vindt nog steeds afschrijving plaats. Hierdoor is de balanswaarde handelsvoorraden gedaald met € 27.000.
Als de boekwaarde van de panden wordt afgezet tegen de te verwachten opbrengstwaarde, dan is het niet nodig om al een afwaardering toe te passen.
Verloop- overzicht | Boekwaarde 1-1-2023 | Herrubricering naar materiële vaste activa | Investering | Desinveste-ring (verkoop) | afschrijving | Boekwaarde 31-12-2023 |
---|---|---|---|---|---|---|
gereed product en handels-goederen | 2.339 | -880 | 0 | -86 | -27 | 1.345 |
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overzicht uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De uitzettingen met een looptijd van 1 jaar of minder worden als volgt gespecificeerd:
bedragen x € 1.000 | tableCell16 | tableCell21 | |
31-12-2022 | 31-12-2023 | ||
Vorderingen op openbare lichamen | 57.078 | 66.303 | |
---|---|---|---|
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 67.093 | 84.540 | |
Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen | 47 | 459 | |
Overige vorderingen | 27.347 | 25.381 | |
Clientdebiteuren | 7.006 | 6.954 | |
Belastingdebiteuren | 8.390 | 3.461 | |
Overige debiteuren | 11.951 | 14.966 | |
Overige uitzettingen | 2 | 2 | |
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | B11 | 151.567 | 176.685 |
Toelichting vorderingen op openbare lichamen
De vorderingen op openbare lichamen zijn met € 9,3 miljoen toegenomen. De vorderingen bestaan uit een aantal posten namelijk de vordering op de fiscus met betrekking tot het landelijk BTW compensatiefonds van
€ 55,9 miljoen (een toename € 6,0 miljoen ten opzichte van 2022), de vordering op het Rijk inzake de regeling BBZ (Besluit Bijstand Zelfstandigen) van € 1,5 miljoen, BTW vorderingen van € 1,2 miljoen. Van de overige vorderingen van € 7,9 miljoen heeft € 2,0 miljoen betrekking op vooruitbetaalde afvalinzameling 2024 aan gemeenschappelijke regeling Cure.
Toelichting op schatkistbankieren
Op basis van de artikel 7 van de uitvoeringsregeling schatkistbankieren decentrale overheden mogen de middelen op de bankrekeningen gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan. Kasoverschotten op reguliere bankrekeningen moeten boven de norm verplicht worden afgestort naar de schatkist van de Staat. Het drempelbedrag bedraagt €11,2 miljoen voor Eindhoven in 2023. In 2023 is het saldo op de bankrekeningen onder de norm gebleven.
Schatkistbankieren | kw1 | kw2 | kw3 | kw4 |
---|---|---|---|---|
Limiet (norm) | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 11,2 |
Gemiddeld saldo op bankrekeningen | 0,4 | 0,4 | 0,5 | 0,6 |
Toelichting overige vorderingen
Algemeen
Eind 2023 was de stand van de overige vorderingen afgerond € 32,5 miljoen. Dit is opgebouwd uit 3 soorten vorderingen, namelijk cliëntdebiteuren, belastingdebiteuren en overige debiteuren. Inzake deze vorderingen is de inschatting dat niet alle bedragen ontvangen zullen worden. We corrigeren daarom de boekwaarde met een bedrag voor verwachte oninbaarheid (voorziening dubieuze debiteuren) van in totaal afgerond € 6,8 miljoen. Dit resulteert in een balanswaarde van € 25,4 miljoen. Deze voorziening dubieuze debiteuren wordt voor de drie componenten afzonderlijk bepaald. Onderstaand overzicht toont per component de boekwaarde eind 2023, de getroffen voorziening en de balanswaarde per 31-12-2023.
(x € 1.000) | Totaal debiteuren | Voorziening | Te ontvangen | Totaal debiteuren | Voorziening | Te ontvangen |
---|---|---|---|---|---|---|
Cliëntdebiteuren | 13.108 | 6.102 | 7.006 | 11.971 | 5.017 | 6.954 |
Belastingdebiteuren | 9.041 | 651 | 8.390 | 4.232 | 771 | 3.461 |
Overige debiteuren | 13.110 | 1.159 | 11.951 | 16.019 | 1.053 | 14.966 |
Totaal overige vorderingen | 35.259 | 7.912 | 27.347 | 32.222 | 6.841 | 25.381 |
Cliëntdebiteuren
Het saldo van de cliëntdebiteuren is met € 1,1 miljoen gedaald ten opzichte van 2022 (naar circa € 12 miljoen)
en de voorziening is met € 1,1 miljoen afgenomen. De vorderingen op cliëntdebiteuren ontstaan vanuit diverse soorten inkomensregelingen. De belangrijkste oorzaken zijn: terugvorderingen, fraudevorderingen, boetes en geldleningen. Sinds 2020 zijn hier TOZO vorderingen bijgekomen. Naast de afname van de TOZO debiteuren is het debiteuren saldo afgenomen doordat er minder teruggevorderd is dan in 2022 en er meer is afgeboekt dan in 2022. Dit als gevolg van de omgekeerde toets, een werkwijze waar niet de bepalingen in de wetten voorop staan, maar de doelen van die wetten en de doelen van de maatwerkoplossing die iemand nodig heeft. Evenals in 2022 zien we dat dit ook een gunstige impact heeft op het percentage oninbaarheid dat ten opzichte van 2022 gedaald is.
We vormen een voorziening voor deze debiteuren omdat er een risico bestaat op oninbaarheid. Voor de berekening van de voorziening cliëntdebiteuren wordt rekening gehouden met het soort regeling. Elke regeling kenmerkt zich door eigen wet- en regelgeving, wat van invloed is op de berekening van de voorziening cliëntdebiteuren. De systematiek voor het bepalen van het oninbaarheidspercentage is niet gewijzigd t.o.v. 2022. Er is een percentage gehanteerd omdat, gezien het grote aantal kleine(re) vorderingen, een voorziening economisch-rationeel niet te bepalen is door een beoordeling van de individuele vorderingen. Aan de hand van een gewogen gemiddeld percentage wordt naar aanleiding van de werkelijke stand van zaken in de financiële administratie de waardering en de voorziening van cliëntdebiteuren bepaald.
Belastingdebiteuren
De vorderingen op de belastingdebiteuren zijn opgebouwd uit openstaande belastingaanslagen voor gemeentelijke belastingen. Eind 2023 bedraagt de boekwaarde € 4,2 miljoen. Een afname van afgerond € 4,8 miljoen ten opzichte van eind 2022 die wordt veroorzaakt doordat eind 2022 nog veel aanslagen waren opgelegd.
Op het openstaand saldo is een voorziening voor verwachte oninbaarheid getroffen van € 0,8 miljoen. Voor deze schatting is gebruik gemaakt van de ervaringscijfers uit het verleden (feitelijke oninbaarheid afgezet tegen de oorspronkelijke vorderingen). Er is een percentage gehanteerd omdat, gezien het grote aantal kleine(re) vorderingen, een voorziening economisch-rationeel niet te bepalen is door een beoordeling van de individuele vorderingen.
De voorziening is in 2023 met afgerond € 0,1 miljoen toegenomen. Deze mutatie laat zich verklaren door een inzet op oninbare posten in 2023 (- € 0,3 miljoen) en een aanvullende storting van de voorziening op basis van de beoordeling per jaareinde ( € 0,4 miljoen).
Overige debiteuren
Het saldo overige debiteuren (inclusief overige vorderingen openbare lichamen) bedraagt per 31-12-2023 afgerond € 18,1 miljoen. In vergelijking met 2022:
| saldo | saldo | 2022 | |||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Overige debiteuren | 31-12-2022 | 31-12-2023 | versus | |||||
2023 | ||||||||
Openbare lichamen | 1,9 | 5,2 | 3,3 | |||||
Overige debiteuren | 11,2 | 12,9 | 1,7 | |||||
Totaal | 13,1 | 18,1 | 5,0 |
Openstaande overige debiteuren 31-12-2023 | > 1 jr | < 1 jr | Totaal |
---|---|---|---|
Openbare lichamen | 0,3 | 1,2 | 1,5 |
Totaal openstaande overige vorderingen 31-12-2023 per 04-02-2024 | 2,8 | 6,7 | 9,5 |
Het totaal openstaand saldo overige debiteuren 31-12-2023 per 04-02-204 bedraagt € 9,5 miljoen, waarvan € 1,5 miljoen vorderingen op openbare lichamen, die niet risicodragend zijn.
De Mutatie in de voorziening dubieuze debiteuren wordt berekend over de openstaande vorderingen. Voor 2023 neemt de voorziening af met ruim € 100.000.
Evenals in voorgaande jaren (voortzetting gedragslijn) wordt voor de berekening gebruikt gemaakt van een risicomatrix waarbij de debiteuren volgens de dynamische methode in risicoklassen zijn ingedeeld. Hierdoor zijn we in staat om de vorderingen in de massa te beoordelen en hebben we een solide basis voor de bepaling van een toereikende voorziening dubieuze debiteuren. Dit samenstel zorgt ervoor dat het financiële risico voor de gemeente beheersbaar en inzichtelijk is.
Naast de berekende storting/onttrekking voor een toereikende voorziening per ultimo 2023 wordt de voorziening lopende het jaar gemuteerd (oninbaar en vrijval) conform formele besluitvorming en het daarvoor geldende mandaat.
De daling ten opzicht van 2022 is nagenoeg geheel veroorzaakt door de besluitvorming en financiële afwikkeling Pand P en betreft de afboeking van oude huurverplichtingen.
De verhouding voorziening dubieuze debiteuren versus openstaande vorderingen is, rekening houdend met de uitzondering van bijzondere posten waarover is besloten, nagenoeg gelijk gebleven en bedraagt 8,4%. Hieruit kan, in de massa, min of meer geconcludeerd worden dat het betaalgedrag van onze debiteuren constant gebleven is.
Liquide middelen
Overzicht liquide middelen
Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de kas- en banksaldi per 31-12-2023.
bedragen x € 1.000 | tableCell16 | tableCell21 | |
31-12-2022 | 31-12-2023 | ||
Kassaldi | 52 | 58 | |
Banksaldi | 188 | 73 | |
Liquide middelen | B12 | 239 | 131 |
---|
Overlopende activa
Overzicht overlopende activa
De balanspost overlopende activa wordt als volgt onderscheiden:
bedragen x € 1.000 | tableCell16 | tableCell21 | ||||
31-12-2022 | 31-12-2023 | |||||
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: | ||||||
- Europese overheidslichamen | 320 | 52 | ||||
- het Rijk | 19.304 | 3.287 | ||||
- overige Nederlandse overheidslichamen | 3.324 | 3.364 | ||||
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen | 35.648 | 37.259 | ||||
Overige nog te ontvangen bedragen | 32.434 | 32.813 | ||||
Vooruitbetaalde bedragen | 3.214 | 4.445 | ||||
Overlopende activa | B21 | 58.595 | 43.962 |
---|
Toelichting op de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Onderstaand overzicht geeft een beeld van de nog te ontvangen inkomende geldstromen (subsidies) van projecten die mede gefinancierd worden door Europa, het Rijk en overige Nederland. De te ontvangen bedragen worden jaarlijks, volgens een vastgesteld methodiek, toegerekend naarmate de subsidiabele uitgaven worden gerealiseerd.
bedragen x € 1.000 | Het saldo aan het begin van het begrotingsjaar 2023 | Toevoegingen | Ontvangen bedragen | Het saldo aan het einde van het begrotingsjaar 2023 |
---|---|---|---|---|
Europese overheidslichamen | 320 | 134 | 402 | 52 |
CitCom.ai | 0 | 1 | 0 | 1 |
UNaLab- SCC-02-2016-2017 | 268 | 56 | 324 | 0 |
Heat Insyde H2020 CI LEIT | 0 | 4 | 0 | 4 |
OPZuid Project VvE Transitiecentrum Brabant | 1 | 40 | 37 | 4 |
EnergyMEASURES | 27 | -11 | 16 | 0 |
Umcase | 11 | 0 | 11 | 0 |
EIT Urban Mobility BP2022 | 12 | 2 | 14 | 0 |
NextGen YouthWork Urbact | 0 | 37 | 0 | 37 |
Netco | 0 | 5 | 0 | 5 |
het Rijk | 19.304 | 37.733 | 53.749 | 3.287 |
SISA A16 bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne | 16.753 | 32.876 | 48.953 | 676 |
SISA B2 Gemeentelijke hulp gedupeerden Toeslagenproblematiek | 62 | 667 | 62 | 667 |
SISA C62 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen gedupeerden toeslagenaffaire | 63 | 3 | 46 | 20 |
SISA E3.1 Sanering Verkeerslawaai | 432 | 0 | 0 | 432 |
SISA E3 Sanering Verkeerslawaai (E3.2 in 2021) | 12 | 0 | 12 | 0 |
SISA E3.3 Sanering Verkeerslawaai (E3.4 in 2021) | 103 | 0 | 0 | 103 |
SISA E3.4 Sanering Verkeerslawaai | 40 | 0 | 0 | 40 |
SiSa E53.4 Schone lucht akkoord Micromobility Hubs | 13 | 0 | 0 | 13 |
SISA E53.6 Onderzoek elektriche(deel)mobiliteit | 6 | 9 | 0 | 15 |
SISA E53.5 Nieuw emissiearm aanbesteden | 0 | 60 | 0 | 60 |
SISA E53.7 SPUKSLA 03160810 Laadinfra Te Veld II | 0 | 16 | 0 | 16 |
SISA E83.1 Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodemopgaven 2022 | 16 | -16 | 0 | 0 |
SISA G2 Participatiewet gederfde baten kinderopvangtoeslagaffaire | 73 | 13 | 15 | 71 |
SISA G3 BBZ gederfde baten kinderopvangtoeslagaffaire | 16 | 33 | 15 | 34 |
SISA G4 TOZO kinderopvangtoeslagenaffaire | 17 | 18 | 7 | 28 |
SISA G12 Kwijtschelden publieke schulden SZW-domein hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire | 90 | 12 | 64 | 37 |
Rijkssubsidie 910-500 uitwerking BO MIRT afspraken 2020 | 0 | 723 | 0 | 723 |
Samenwerking in regionaal mobiliteitsteam Zuidoost-Brabant 2022 | 842 | -762 | 80 | 0 |
REACT ESF 2014-2020 2021EUSF20254 | 337 | 3.523 | 3.860 | 0 |
Samenwerking in regionaal mobiliteitsteam Zuidoost-Brabant | 26 | 45 | 71 | 0 |
RMT Zuidoost-Brabant 2023 | 0 | 473 | 378 | 95 |
Subsidie SIM 4 monumenten | 100 | 0 | 29 | 71 |
DUMAVA Gymzaal / Piuslaan 70 | 0 | 37 | 0 | 37 |
Brabant leert Zuid Oost Brabant | 114 | 3 | 116 | 0 |
Subsidie SIM Catharinakerk | 190 | 0 | 41 | 149 |
Overige Nederlandse overheidslichamen | 3.324 | 3.848 | 3.808 | 3.364 |
SISA A18b Opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio's | 1.319 | 1.061 | 2.009 | 371 |
SISA E32b.2 Smartwayz gebiedsgerichte realisatie | 131 | 0 | 131 | 0 |
Klimaatbuffers Z61840 | 68 | 32 | 0 | 100 |
Bod B5 Natuurnetwerk Brabant II | 3 | 511 | 514 | 0 |
Ateliers en Makerspaces Brainport Eindhoven Regiodeal | 527 | 80 | 64 | 543 |
Snelfietsroute HTCE - De Run | 416 | -416 | 0 | 0 |
Ateliers en Makerspaces Brainport Eindhoven Regiodeal | 0 | 612 | 0 | 612 |
SLLE Bijdrage Regionaal Meetnet | 10 | 0 | 10 | 0 |
Services Holland Expat Center South / Brainport | 308 | 222 | 529 | 0 |
Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep | 407 | 1.180 | 506 | 1.081 |
HECS - Living in & MKB-accountmanagement | 0 | 586 | 0 | 586 |
Eindhoven Airport District | 69 | -69 | 0 | 0 |
PNB subsidie 910-500 uitwerking BO MIRT afspraken 2020 | 0 | 49 | 0 | 49 |
B20.91 Kunstroute-netwerk RegioDeal | 23 | 0 | 0 | 23 |
Sluipverkeerwerende maatregelen binnenring Eindhoven | 44 | 0 | 44 | 0 |
Totaal voorschotbedragen | 22.947 | 41.715 | 57.959 | 6.703 |
22.947.167 | 6.703.360 |
Toelichting overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen ten laste van volgende begrotingsjaren
Overige nog te ontvangen bedragen
Overeenkomstig het BBV zijn de vorderingen inzake faciliterend grondbeleid onder de overige nog te ontvangen bedragen opgenomen en zijn deze uitgesplitst in verhaalbare (€ 13,4 miljoen) en verrekenbare (€ 1,1 miljoen) kosten. Totaal (€ 14,5 miljoen). Voor het gedeelte wat hiervan op basis van een prognose naar verwachting niet verhaalbaar zal zijn, is een verliesvoorziening gevormd (stand per 31-12-2023 € 3,1 miljoen) en hierop in mindering gebracht. Per saldo bedroeg het aandeel faciliterend grondbeleid afgerond € 11,4 miljoen.
De overige nog te ontvangen bedragen bedroeg ultimo 2023 € 21,4 miljoen (een afname van € 8,9 miljoen ten opzichte van 2022). In deze post is o.a. een bedrag van € 3,7 miljoen opgenomen als nog te ontvangen toeristenbelasting 2023, € 0,8 miljoen nog te ontvangen OZB 2023, nog te ontvangen parkeerinkomsten ad € 2,0 miljoen, nog te ontvangen subsidies ad € 2,7 miljoen en nog te ontvangen bedragen i.v.m. Strijp ad € 3,0 miljoen.
Vooruitbetaalde bedragen
Het balanssaldo van de vooruitbetaalde bedragen per 31-12-2023 nam toe met 1,2 miljoen ten opzichte van 2022. Het saldo per ultimo 2023 betreft facturen welke op voorschot worden voldaan en waarvan de lasten betrekking hebben op het boekjaar 2024. De vooruitbetaalde kosten ICT (hardware en software) op basis van doorlopende contracten bedroegen circa € 1,2 miljoen, de rente op de erfpachtconstructie met PSV bedroeg € 0,5 miljoen. Daarnaast hebben de bedragen betrekking op verzekeringspremies, energievoorschotten en huren.